|
Basiskennis
Om goed met onze paarden en pony's
om te kunnen gaan, is het belangrijk om het volgende te weten
voordat je de stal binnenstapt:
- Een paard/pony is een
groot zwaar dier(300kg/ 600kg) met een eigen wil.
- Het paard is een vlucht
dier. Zijn eerste reactie als hij iets onverwacht ziet,
hoort of ruikt, is rennen en dan pas te kijken of het wel
gevaarlijk was.
- Omdat ze in groepen leven,
hebben paarden ook een kudde instinct.
- Als een groepsgenoot
vlucht, rent een ander paard mee om dan pas te kijken wat er
aan de hand was.
- De beste eigenschap van
een paard is zijn snelheid en daar maakt hij dan ook
veelvuldig gebruik van.
- Een paard is een gewoonte
dier. Als hij ergens bang voor geworden is, zal hij meestal
naar een bekende, veilige omgeving vluchten. In ons geval
meestal naar huis/stal.
- Pas als een paard gezien
heeft wat het gevaar is en hij besluit er wat aan te doen,
gebruikt hij zijn tanden, voorbenen en achterbenen als hele
snelle en effectieve wapens.
- Paarden hebben een
onzichtbare cirkel om zich heen: hun privé gebied.
- Paarden accepteren binnen
hun privé gebied geen vreemden of anderen die ze niet aardig
vinden of die zich niet op de juiste manier gedragen.
Bij een paard is die privéomgeving ongeveer een paardlengte.
(2 meter)
- Paarden hebben een zeer
goed associatievermogen. Van hun goede associatievermogen
maken wij gebruik als we paarden leren hoe het er in de
mensenwereld aan toegaat en hoe we ze met ons mee kunnen
laten werken.
- Als er iets gebeurd, houdt
een paard geen rekening met z'n berijder of begeleider. Jij
zult dus rekening met hem moeten houden.
- Een paard praat via zijn
lichaam zowel met andere paarden als met ons. Aan de positie
van hoofd, benen en staart, aan de stand van de oren,
uitdrukking van ogen en mond en dergelijke is af te lezen
hoe het paard zich voelt.
- Het duurt een hele tijd
voordat wij de paardentaal kunnen verstaan en begrijpen.
Probeer je de paardentaal eigen te maken door veel naar
paarden te kijken, te luisteren naar instructeurs en ervaren
ruiters en door boeken over paarden te lezen.
- Paarden ervaren de wereld
niet zoals wij.
Het meest opvallende verschil is zijn gezichtsvermogen. Een
paard heeft zijn ogen aan de zijkant van `t hoofd en dat
betekent dat hij sommige dingen alleen op een oog ziet. Als
hij vervolgens met z'n andere flank langs een voorwerp loopt,
ziet hij het met zijn andere oog en kan het voorwerp dus
nieuw voor hem lijken. Alleen wat in de driehoek recht voor
het paard is, kan hij goed met twee ogen bekijken en met
diepte zien. Het gebied recht achter en boven hem, kan een
paard niet zien. Van zijn berijder ziet het paard dus alleen
de uitstekende en wapperende armen en benen. Als je
onverwachte bewegingen maakt met die armen en benen, kan een
paard daar erg van schrikken.
- Ieder dier heeft zijn
eigen karakter en eigenaardigheden. Het is geen schande als
je met een bepaald paard niet kan omgaan. Het duurt bijna
een mensenleven voor je echt weet wat een paard is en hoe je
ermee moet omgaan.
- Overschat jezelf niet. Je
kunt beter weten waar je grenzen liggen dan ze overschrijden
en daardoor letsel oplopen.
- Waarschuw een paard met je
stem wanneer je hem nadert (bv.door zijn naam te roepen), zeker als hij je niet kan zien aankomen. Een paard beschouwt
zijn box als zijn eigendom. In een box heeft hij geen ruimte
om te vluchten en als hij plots gestoord wordt, kan hij
aanvallen of desnoods proberen door jou heen naar buiten te
komen.
- Zet een paard nooit aan
zijn teugel of bit vast. Het gevaar is aanwezig dat hij bij
een onverwachte beweging zijn kaak of nek breekt of zijn
mond beschadigt.
- Bind een paard met een
halstertouw vast aan een stevige balk of iets dergelijks.
Gebruik hiervoor de paardenknoop, of een touw met een
panieksluiting. Deze knoop gaat niet los als het paard gaat
hangen, maar kan als het nodig is wel in een beweging worden
losgetrokken.
- Leid een paard niet met je
hand aan het halster, maar bevestig een touw met een
sluiting aan het halster.
- Doe alles rond het paard
rustig, duidelijk en beheerst, zodat hij niet schrikt en
gebruik je stem.
- Loop links naast je paard
en in de pas met hem, zodat hij niet op je tenen gaat staan.
Als je voor het paard loopt en hij schrikt ergens van, kan
hij over je heen lopen.
- Leer hoe je een paard op
de juiste manier moet poetsen, hoe je een paard goed en
veilig opzadelt en hoe je een hoofdstel om doet.
- Als beginnend ruiter krijg
je niet alleen paardrijles, maar leer je ook hoe je met een
paard moet omgaan (door te poetsen en op te zadelen). Op die
manier leer je veel beter wat een paard doet, hoe het denkt
en hoe het kan reageren.
Zo zadel je op...
- Pony/paard vastzetten met
een halster en een touw.
- Deken af (deze hangen we
netjes over de staldeur heen).
- Poetsen met een harde en
een zachte borstel.
- Hoeven uitkrabben.
- Ben je klaar met poetsen?
Borstels
terug doen in de borstelbak.
- Zadel en hoofdstel ophalen
en netjes over de deur heen hangen.
- Zadel op het paard/ de
pony leggen
en controleren of het sjabrak en het kussentje goed liggen.
- Singel vast maken (nog
niet te strak aansingelen, want dat doen we pas in de bak).
- Halster afdoen en
hoofdstel om doen.
- Keelriem en neusriem
vastmaken.
- Halster weer netjes aan
het haakje hangen voor de stal.
- Klaar!! Naast je pony/paard
wachten op stal totdat je de bak in mag.
- Laat je pony nooit alleen
los staan met het hoofdstel en zadel op.
|