|
|
 |
 |
    |
| |
|
Het rijden
Je komt
natuurlijk op een manege om paard of pony te rijden. Om dit voor
iedereen zo leuk mogelijk te houden, is het erg fijn als
iedereen de bakregels en dergelijke goed weet en ook kan
toepassen! |
|
Voordat je de bak inkomt
Voordat je met de
les begint, moet je natuurlijk zorgen dat je pony of paard goed
gepoetst is, de haren moeten mooi glad gepoetst zijn en er mag
geen viezigheid meer op je pony/paard zitten. Ook moet je de
hoeven voor het rijden uitkrabben om daar het nodige vuil en
eventuele steentjes uit te halen.
Nadat je dit hebt gedaan, zadel je je paard op. Je zorgt ervoor
dat het zadel op de goede plek ligt. Dat betekent achter de
schouderbladen, zodat het paard hierdoor goed kan bewegen.
Van het hoofdstel maak je alle riempjes die loszitten vast. Even
als opfrisser:
- 2 vingers onder de neusriem;
- een vuist onder de keelriem
Als je dit allemaal gedaan hebt, is het tijd om de bak in te
gaan. |
|
In de bak
Als je de bak
binnenkomt, ga je met de hele les gezamenlijk op de A-C lijn
staan. Je controleert of de singel goed vastzit, controleer dit
aan beide kanten en laat hem eventueel aansingelen door iemand
die wat sterker is. De singel zit strak genoeg als je er nog net
een hand tussen kan wringen. Vervolgens controleer je of de
beugels op maat zijn. Klopt dit allemaal, dan stijg je aan de
linkerkant op.
Voordat je wegrijdt van de middenlijn kijk je goed om je heen
waar je eventueel kan gaan stappen. Zoek een plekje voor jezelf
op en wacht, totdat er eventueel geroepen wordt dat je mee moet
naar de andere bak. |
|
Tijdens de les
Tijdens de les
krijg je volop aandacht van de instructrice die op dat moment
les geeft. Eerst leer je alle basisfiguren en zodra je die goed
beheerst, wordt je niveau steeds hoger!
Hier
ter herinnering nog een aantal basisfiguren: |
Gebroken lijn:
Netjes door de hoek rijden en recht naar de X en daar weer recht
naar de hoefslag en net voor de letter weer op de hoefslag. De
meeste paarden willen weer snel terug naar de hoefslag, dus hou
ze in de gaten als je voorbij de X weer terug gaat naar de
hoefslag. |
|
Van hand veranderen:
Als je van hand verandert, ga je over de diagonaal recht naar de
overkant! Bijvoorbeeld, je rijdt bij K de hoek door en wendt
van K schuin naar M. Vergeet niet in draf 1x door te zitten op
X en je zweepje over te pakken naar je nieuwe binnenhand! |
|
De grote volte:
De grote volte is een cirkel over de hele breedte van de bak.
Het makkelijkste, om te beginnen, is bij de C of A. Dan heb je 3
richtpunten, nl. C, H en M. Daar kom je even op de hoefslag. In
't midden van de bak', bij de E of B, heb je maar 2 richtpunten. |
|
De binnenteugel iets van de
hals af (wel contact houden), buitenteugel tegen de hals,
binnenbeen aandrijven en buitenbeen achter de singel 'aanleggen'
voor het buigen om je binnenbeen. Zelf in de richting kijken,
waar je naar toe wilt, en dan draaien je schouders vanzelf
ietsje mee. Houd het tempo hetzelfde, zorg ervoor dat hij/zij ('t
paard dus) niet met je wegloopt. Valt hij (of zij) naar binnen,
met het binnenbeen naar buiten 'drijven'. Wordt de volte te
groot, met de buitenteugel en buitenbeen meer naar binnen laten
buigen. |
|
Slangevolte:
De slangevolte zijn eigenlijk halve voltes, met een recht
stukje erin. Let goed op wat er gevraagd wordt, want er zijn
slangevoltes met 3 bogen, 4 bogen en (vul maar in) bogen......
Verdeel de voltes zo gelijkmatig mogelijk over de hele lengte
van de rijbaan. |
|
Vroeger mocht dat rechte stukje er
niet in. Toen moest je een 'peervorm' in de slangevolte maken.
Tegenwoordig zijn die peren alleen nodig als er veel bogen
nodig zijn. Bijv, de kleinste 'bocht' maken met een paard is
zo'n 6 meter. En als je een rijbaan hebt van zo'n 40 meter, zou
je maximaal 6 bogen in een slangevolte kunnen doen. Maak je
grotere 'bogen' of je wilt er 8 doen, dan moet je weer wat
terrein winnen door die 'peervormige' bochten. |
|
Bakregels
Om het voor iedereen zo plezierig mogelijk te maken en te houden in
de bak, staan hier de bakregels nog even onder elkaar!
Roep voordat je de
bak in gaat altijd: `Deur Vrij!'
Op- en afstijgen doe je op de A-C lijn.
Ruiters op de linkerhand hebben voorrang.
Een snellere gang in dezelfde richting heeft voorrang.
Zijgangen (wijken etc.) hebben ook voorrang
Uitstappen doe je op de binnen hoefslag.
Achterwaarts gaan, op- en afstappen, doe je op een plaats
waar zo min mogelijk mensen er last van hebben.
Meestal is dat in het midden van de
bak.
Zeg het als je de rijbaan gaat verlaten.
Wees beleefd tegen elkaar.
Ruim het hindernismateriaal op.
Laat de rijbak schoon achter.
Na het rijden
Na een uur intensief rijden, moet je
als ruiter natuurlijk even bij komen! Vergeet hierbij natuurlijk
niet dat je pony/paard ook hard z'n best heeft gedaan! Daarom
wordt er standaard de laatste 5 ΰ 10 minuten lekker uitgestapt en kunnen zowel ruiter als paard weer op adem komen! Het uitstappen
is daarbij niet alleen om op adem te komen, maar ook om te
voorkomen dat je paard of pony de volgende dag hardstikke
spierpijn heeft. Gelukkig wordt door je instructrice tijdig
aangegeven wanneer je mag gaan uitstappen.
|
|
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|